La Minute Claire
2026-07-09
Op de bank of naar de bank? In het Frans zijn dat twee verschillende woorden.
Op de bank zitten en naar de bank gaan: in het Nederlands hetzelfde woord, maar in het Frans twee verschillende woorden. Weet jij welke? Ontdek het hier.
Vermijd dit
J'ai déjeuné sur une banque près du bureau.
Gebruik dit
J'ai déjeuné sur un banc près du bureau.





La banque = de bank (financiële instelling). Le banc = de bank (zitplaats). Let op: de c van banc spreek je niet uit. Onthoud: à la banque, on prend de l'argent. Sur un banc, on prend son temps.
Voorbeeld: Je vais à la banque. (Ik ga naar de bank.) Je m'assieds sur un banc. (Ik ga op een bank zitten.)







